Op de parkeerrol staan zaken waarin tijdelijk niet verder wordt geprocedeerd. Behalve indien een zaak in zijn geheel is geschorst op grond van artikel 29 Faillissementswet kan de rechtbank een zaak op een gewone rol niet ambtshalve doorhalen. Heeft de rechtbank tijdens de behandeling van de parkeerrol de indruk dat niet op korte termijn wordt verder geprocedeerd wordt de zaak ambtshalve doorgehaald. 

 

Op eenstemmig verzoek van alle partijen kan de rechtbank een zaak verwijzen naar de parkeerrol. De rechtbank kan een zaak ook ambtshalve naar de parkeerrol verwijzen. De rechtbank zal een zaak ambtshalve naar de parkeerrol verwijzen indien:

  1. het geding is geschorst;
  2. verwijzing naar de parkeerrol voortvloeit uit het procesreglement;
  3. uit de berichtgeving van partijen niet blijkt dat er op korte termijn zal worden verder geprocedeerd. Bijvoorbeeld als partijen meer dan eens een eenstemmig uitstelverzoek voor een proceshandeling indienen voor de standaard aanhoudingstermijn. Door plaatsing van de procedure op de parkeerrol heeft de rechtbank de gelegenheid om de procedure te zijner tijd ambtshalve door te halen. Dit kan niet op een gewone rol. 

Voor verwijzing naar de parkeerrol geldt het volgende schema:

- zaken die op een roldatum in de maanden januari tot en met juni naar de parkeerrol worden verwezen, worden geplaatst op de parkeerrol die wordt behandeld op de eerste roldatum in de maand oktober van datzelfde jaar;

- zaken die op een roldatum in de maanden juli tot en met december naar de parkeerrol worden verwezen, worden geplaatst op de parkeerrol die wordt behandeld op de eerste roldatum in de maand april van het daaropvolgende jaar.

 

Indien je niet wilt dat de zaak op de parkeerrol door de rechtbank ambtshalve wordt doorgehaald dien je tijdig een gemotiveerd verzoek in te dienen. Je kunt verzoeken om de procedure te verwijzen naar de volgende parkeerrol. Ook kan je verzoeken om de procedure te verwijzen naar de (gewone) rol om voort te procederen. Tenslotte kan je de rechtbank verzoeken om de procedure door te halen. Alleen als alle partijen doorhaling vragen volgt er een doorhaling op verzoek van partijen.

 

Verder procederen in zaken op de parkeerrol en in (ambtshalve) doorgehaalde zaken.

Iedere partij kan de rechtbank met een B-formulier verzoeken om een zaak weer op de continuatierol te plaatsen om verder te procederen.  Het verzoek vermeldt op welke roldatum deze partij de zaak wenst te hebben geplaatst en dat de wederpartij van het verzoek op de hoogte is gesteld. Bij het verzoek wordt gevoegd:

- indien de verzoekende partij voor het verrichten van een proceshandeling aan de beurt is, een kopie van de door haar te verrichten proceshandeling;

- indien de wederpartij voor de te verrichten proceshandeling aan de beurt is, de mededeling van de verzoekende partij dat zij de wederpartij ten minste zes weken voorafgaande aan de roldatum waarop zij de zaak wenst te hebben geplaatst, van het verzoek op de hoogte heeft gesteld;

- indien in de zaak een zitting was bepaald, de mededeling over de wijze waarop partijen wensen voort te procederen.

Het verzoek wordt gedaan met behulp van een B-formulier. Hoewel de meningen daarover verdeeld zijn geef ik er de voorkeur aan om de wederpartij bij exploot op te roepen om verder te procederen indien hij geen advocaat meer heeft.

 

 

De eerstvolgende parkeerrol 

Op woensdag 6 april 2022 staat de behandeling van de parkeerrol weer op de rol van de Rechtbanken in handelszaken. Om te voorkomen dat een procedure ambtshalve wordt doorgehaald dient u de rechtbank ervan te overtuigen dat ambtshalve doorhaling niet aan de orde is. Gronden om een procedure te handhaven op de parkeerrol zijn:

1. het betreft een vrijwaringsprocedure waarin nog wordt gewacht op een eindbeslissing in de hoofdzaak;

2. het betreft een procedure dat in afwachting is van een door de rechtbank gelast deskundigen rapport;

3. het betreft een procedure waarvan naar verwachting op korte termijn zal worden verder geprocedeerd.

De rechtbank zal een procedure waarin de rechtbank een deskundigenonderzoek heeft gelast en de kosten van de deskundige in debet heeft gesteld ambtshalve handhaven op de parkeerrol.

 

De verzoeken moeten uiterlijk 4 werkdagen voor de roldatum digitaal (via het roljournaal) door middel van een B15-formulier worden ingediend. Voor de parkeerrol van 6 april 2022 moeten de verzoeken uiterlijk op donderdag 31 maart 2022 worden ingediend.

 

Geen eenduidig landelijk beleid

Met de invoering van het landelijk Procesreglement werd ook de parkeerrol ingevoerd bij civiele dagvaardingsprocedures bij de rechtbank. In de beginjaren hanteerden de rechtbanken veelal het beleid dat een zaak één keer op verzoek van partijen werd verwezen naar een volgende parkeerrol. Op de volgende parkeerrol moest men goede argumenten aanvoeren om ambtshalve doorhaling te voorkomen. Mede onder invloed van de wijze waarop de rechtspraak wordt gefinancierd gingen rechtbanken steeds meer een strenger beleid hanteren. Uitgangspunt is nu dat zaken waarvan redelijkerwijze niet valt te verwachten dat op korte termijn verder wordt geprocedeerd ambtshalve worden doorgehaald. Iedere rechtbank hanteert op dit punt echter een eigen beleid. Verschil zit hem vooral in vrijwaringszaken die in afwachting zijn van een beslissing in de hoofdzaak en zaken die in afwachting zijn van de beslissing in hoger beroep of cassatie van een tussenvonnis of van een samenhangende zaak. Hieronder vindt u de vindplaatsen van het parkeerrolbeleid van diverse rechtbanken

 

Beleid parkeerrol Rechtbank Amsterdam

Beleid parkeerrol Rechtbank Limburg

Beleid parkeerrol Rechtbank Midden-Nederland

Beleid parkeerrol Rechtbank Oost-Brabant

Beleid parkeerrol Rechtbank Rotterdam

Beleid parkeerrol Rechtbank Zeeland-West-Brabant

 

Gevolgen ambtshalve doorhaling

Doorhaling heeft als zodanig geen enkel rechtsgevolg. De zaak blijft aanhangig vanaf de dag van dagvaarding (artikel 125 lid 1 Rv). Dat is niet anders in het geval de procedure was geschorst, onder meer wegens faillissement of omdat de procedure is aangehouden vanwege onderhandelingen tussen partijen, of als de vrijwaringsprocedure in afwachting is van de hoofdprocedure. Als partijen daartoe aanleiding zien, kunnen zij de doorgehaalde zaak opnieuw opbrengen op de wijze als bepaald in artikel 8.6 van het Landelijk procesreglement en zoals hiervoor vermeld. Partijen zijn in dat geval niet opnieuw griffierecht verschuldigd. Deze gang van zaken verschilt niet met die wanneer een zaak vanaf de parkeerrol weer wordt opgebracht. De zaak krijgt alleen wel een nieuw zaak- en rolnummer.

 

 

Indien u nog vragen heeft over de parkeerrol of als u andere procesrechtelijke vragen heeft dan help ik u graag. U kunt mij bereiken via onderstaande telefoonnummers en via het genoemde emailadres.